Alpenaster (Aster)
Kenmerken
Winterhardheid
Volkomen
Grondsoort
Kalkrijke grond
Vochtigheid
Normaal, 's winters is overlast aan water funest
Licht
Zon
Hoogte
20-30 centimeter
Blad / loof
Bladverliezend
Bloemkleur
Donkerviolet
Bloeitijd
Juni - augustus
Bijzonderheden
Geen
Verzorging
Om de 2-3 jaar delen
Snoeien
In het voorjaar fatsoeneren.
Bemesten
Geen mest.
Asters staan altijd vrolijk: in de tuin waar ze veel vlinders en hommels trekken of binnen op de vaas. Er bestaan wel 600 soorten asters met grote onderlinge verschillen. Er is een grote diversiteit aan kleuren, hoewel geel zeldzaam voorkomt. De groeihoogte varieert van vijfentwintig centimeter tot wel twee meter en de bloeitijden lopen van mei tot oktober. Er is een onderverdeling die gebaseerd is op de bloeitijd. We kennen daarmee voorjaars-, zomer- en herfstasters. De Aster alpinus of Alpenaster is de vroegst bloeiende soort, dus een voorjaarsaster. Van mei tot juni heeft hij violetblauwe bloemen met een geel hart. Oorspronkelijk komt deze plant voor in de Alpenweiden van Europa tot in Siberië. Hij blijft met 25 centimeter vrij laag. Daarom zien we de Alpenaster in ons land vaak terug voor in de border of in de rotstuin. ‘Dunkle Schöne’ is donkerviolet.
Algemeen onderhoud
Het overgrote deel van de soorten groeit uitstekend in normale tuingrond.
Een zonnige standplaats heeft de voorkeur maar iets schaduw wordt getolereerd.
Ze verdragen ook wel enige droogte.
Hoge asters kunt u het best wat steun geven omdat ze anders omvallen bij harde wind of regen.
Als de bloemen wegblijven, dan kunt u de wortels delen en de houtachtig geworden delen verplanten. Deze aster staat het best in goed ontwaterende kalkrijke grond. Zon is voor hem een must. De planten verouderen snel en moeten daarom regelmatig worden gedeeld om ze in goede conditie te houden. Neem om de 2 à 3 jaar de planten op, scheur ze en plant ze opnieuw uit. Doe dit direct na de bloei.
In het voorjaar kunt u alle delen die niet meer mooi zijn verwijderen.
Cultivars
Soort:
Alpinus, Alpenaster